Het assessment

Het assessment maakt tegenwoordig deel uit van de meeste sollicitatieprocessen. Tijdens het assessment kun je verschillende opdrachten verwachten waaronder het e-assessment. Het e-assessment is ook wel bekend onder de naam capaciteitentest en IQ test maar soms wordt ook assessment gebruikt voor deze test.

Waaruit bestaat een assessment precies? Dat zie je hieronder:

Persoonlijkheid

De persoonlijkheidstest maakt altijd deel uit van een assessment. Meestal is een persoonlijkheidstest gebaseerd op de Big Five persoonlijkheidstrekken: extravert versus introvert, servicegericht versus tegendraads, zorgvuldig versus onzorgvuldig, emotioneel stabiel versus instabiel en open versus gesloten voor nieuwe meningen.

E-assessment

Het e-assessment maakt altijd deel uit van het assessment. Het e-assessment toetst jouw abstracte, numerieke en verbale vaardigheden. Per onderdeel krijg je een aantal vragen die je in een bepaalde tijd moet maken. De score van jouw test wordt vergeleken met een normgroep van vergelijkbare kandidaten.

Interview

Onderdeel van het assessment is een interview. Vaak is het interview met een psycholoog maar dat kan ook zijn met een HR medewerker of een manager. Tijdens het interview wordt ingegaan op jouw persoonlijkheid, ambitie, motivatie en interesses. Vaak gaat dit gesprek meer over jou en minder over de baan.

Praktijksimulatie

Wat een assessment onderscheidt van een psychologisch onderzoek is de praktijksimulatie. De praktijksimulatie is vaak samen met andere mensen. Bijvoorbeeld een rollenspel, klantgesprek, managementgesprek of case interview. Maar het kan ook een presentatie zijn.

Careerstarter geeft trainingen en workshop waarin vooral de capaciteitentest (e-assessment) behandeld wordt. Daarin wordt uiteraard ook kort aandacht besteed aan de andere assessment onderdelen.

Het e-assessment

Het e-assessment bestaat uit drie vaste onderdelen: abstract, numeriek en verbaal redeneren. Elk onderdeel toetst een ander deel van jouw redeneervermogen. De scores van deze onderdelen vormen samen een goed beeld van jou.

Abstract redeneren

Bij abstract redeneren word je getoetst door middel van figuren en andere tekens. Je moet zelf regels en relaties vinden en daarmee een antwoord bepalen. Bekende voorbeelden van abstract redeneren zijn: figuurreeksen en matrixen.

Numeriek redeneren

Het onderdeel numeriek redeneren gebruikt verschillende rekenvaardigheden om jou te toetsen. Zo moet je bijvoorbeeld jaargegevens analyseren of bepalen welk cijfer logisch volgt in een reeks. Voorbeelden van numeriek redeneren zijn: cijferreeksen en rekenen met tabellen.

Verbaal redeneren

Je zult ook vaak op je verbale redeneervermogen worden getoetst. Het nadeel hiervan is dat het niet cultuurvrij is. Jouw achtergrond bepaalt voor een deel jouw score. Als je bijvoorbeeld de test in een andere taal moet maken. Voorbeelden zijn: analogieën en tekstanalyse.